Rattery Rattonia



de Kleine Knager

De Degoe

Herkomst - biotoop:


De Degoe is een zgn. schijnrat en leeft in noord- en centraal Chili. Hij komt daar voor in het hele gebied ten westen van de Andes, vanaf de kust tot op 1000 meter hoogte. Hij bewoont daar de vooral open gebieden in de buurt van rotspartijen en struiken. De Degoe is familie van de, wat meer bekende, Cavia en de Chinchilla.

Gedrag:

De Degoe is dagaktief, met pieken in de ochtend en de namiddag. Hij leeft in familiegroepen van 5 - 10 dieren. De familiegroepen hebben aansluitende territoria en vormen zo kolonies. Een familie betaat uit een dominant mannetje, één of meerdere wijfjes en hun jongen. Elke familie heeft in haar territorium een eigen gangenstelsel waarvan het belangrijkste deel onder een rots of stuik ligt.
Het mannetje bouwt van bladeren, takjes e.d. heuveltjes, welke dienen als territorium-markering. Tijdens het fourageren houdt één familielid de wacht en geeft bij onraad een alarmkreet waarna alle familieleden en de ´buren´ onder de grond verdwijnen. Deze alarmkreet is er slechts één uit een uitgebreid geluidenrepertoire.
Degoe´s zijn zeer sociale dieren en zouden niet als eenling gehouden moeten worden. Wanneer je geen jongen wilt kun je ook heel goed 2 mannetjes of 2 vrouwtjes samen houden.

Huisvesting:

Degoe´s zijn erg aktieve dieren en hoe groter de huisvesting des te beter. Aangezien het zeer sterke knagers zijn komen de kooien die in de handel zijn voor cavia´s en konijnen niet echt in aanmerking. Hout en plastic hebben bij deze super-knagers slechts een kort leven. Degoe´s zou je kunnen huisvesten in een voliere of in een ruim terrarium - aquarium (100 x 50 x 50 voor 2 dieren). Als bodemmateriaal is zaagsel zeer goed te gebruiken. In de kooi moeten zich nestkasten bevinden (tijdelijke van hout of zelf creëren van steen) zodat ze zich bij het werpen van de jongen bij ´gevaar´ en bij ruzie kunnen terugtrekken. Deze nestkasten dienen op de bodem van de kooi geplaatst te worden zodat de jonge dieren niet naar beneden kunnen vallen. Een verdere inrichting kan bestaan uit stenen en dikke takken van wilgen of fruitbomen voor het klimmen en het knagen. Deze takken en stenen kunnen dan ook fungeren als uitkijkpost. Hou er bij de inrichting rekening mee dat er ruimte vrij blijft voor het dagelijks zandbad. Gebruik een stevige stenen bak en ´zandbakzand´. Gebruik geen schelpenzand (voor vogels), dit is te scherp.

Voedsel:

Een Degoe eet voor het grootste deel plantaardig voedsel. Hij eet grassen, diverse zaden en vruchten. Hij klimt in lage bomen en struiken voor het loof, jonge scheuten, schors e.d.. Hoewel de Degoe geen winterslaap houdt, legt hij wel een wintervoorraad aan. In gevangenschap krijgt de Degoe een mengsel van cavia- en hamstervoer, aangevuld met fruit, groente en de eetbare onkruiden uit de vrije natuur. In een goed hamstervoer zitten katte- en/of hondebrokjes. Wanneer dit niet zo is moet je ze zelf toevoegen om te voldoen aan de behoefte aan dierlijke eiwitten. Een Degoe moet altijd de beschikking hebben over vers hooi. Veel water heeft de Degoe niet nodig, maar hij moet er wel dagelijks over kunnen beschikken.

Voortplanting:

In gevangenschap worden er het hele jaar door jongen geboren. de draagtijd is 3 maanden. Gemiddeld worden er 4 jongen geboren. Pasgeboren Degoe´s zijn al behaard en openen snel na de geboorte de ogen. De eerste dag verblijven ze nog in het nest. Daarna gaan ze op onderzoek uit en maken kennis met de ander groepsleden. Je moet de moeder dus niet apart zetten. Na 2 weken beginnen ze vast voedsel te eten, maar worden tot de vierde week nog gezoogd. Na 6-7 weken kunnen de jonge dieren uit de groep gehaald worden.

Hanteren:

De Degoe is goed tam te krijgen. Wanneer het dier tam is zal hij snel op je hand komen zitten en kun je hem op die manier makkelijk optillen en verplaatsen. Lukt dit niet dan kun je het dier rond de buik vastpakken of vangen met een bakje. Let er wel op dat je de Degoe
nooit bij zijn staart optilt. De staart zal dan afbreken. Het buitenste vel stroopt er af en het overblijfsel wordt er door het dier zelf afgebeten. De staart groeit daarna niet meer aan.


  • geboortegewicht 14 gram
  • volwassen gewicht:    170 - 300 gram
  • geslachtsrijp:    3 - 4 maanden
  • draagtijd:    90 dagen
  • nestgrootte:    3 - 5 jongen
  • ogen open: direkt
  • speenleeftijd:    6 - 7 weken
  • gem. leeftijd: 4 - 5 jaar
  • lichaamslengte:    15 cm
  • staart    12 cm.


Dit is een uitgave van de Commissie Publiciteit van de VEZ,
                (verzorgd door: Peter Verberne 11-94)



==============================================================================


Tamme Ratten       geciteerd uit ¨ Tamme Ratten geschreven door Judith Lissenberg ¨.


De bruine rat

Onze tamme rat stamt af van de bruine rat (Rattus norvegicus ), die ook wel rioolrat wordt genoemd. De bruine rat komt oorspronkelijk uit Azië en heeft vanuit zijn leefgebied de hele aarde weten te veroveren. Bruine ratten leven overal waar ze voedsel en onderdak kunnen vinden, bijvoorbeeld in kelders, riolen en schuren. Ze houden zich vaak op in de buurt van water. De bruine rat is een alleseter die naast zaden, granen en groen ook eieren, kleine dieren en afvalresten lust.
Bruine ratten en tamme ratten zijn enigszins te vergelijken met wolven en honden. De tamme rat is, hoewel genetisch gelijk aan de bruine rat en ook onderling te kruisen, net als de hond een gedomesticeerd ( tot huisdier verworden) dier dat niet meer is ingesteld op een leven in het wild.

Gedrag

Ratten, wild of tam, zijn echte groepsdieren. Ze leven van nature in familiegroepen die hun woongebied verdedigen tegen vreemdelingen. Ze voorzien hun territorium van geuren door het uitzetten van urinesporen of door met de zijnkant van hun lichaam, waar geurklieren zitten, ergens tegenaan te wrijven. Familieleden herkennen elkaar aan hun geur en versterken de onderlinge band door elkaars vacht te verzorgen.
In het wild kunnen ratten in groepen, ook wel troepen, roedels of kolonies genoemd, van tien tot honderd of zelfs nog meer dieren leven, Ze bewonen zogeheten rattenburchten die bestaan uit een stelsel van kamers en gangen. Wilde ratten zijn vooral in de schemering actief, maar het zijn geen typische nachtdieren, Tamme ratten zijn ook overdag actief.

Huisvesting

Tamme ratten zijn forse, beweeglijke knagers die veel ruimte nodig hebben. Een algemene richtlijn is dat u voor het huisvesten van twee ratten een verblijf van minimaal 80 x 40 x 40 centimeter nodig heeft. Niet alleen de lengte en de breedte, maar ook de hoogte is belangrijk omdat ratten de neiging hebben om rechtop uitgestrekt op hun achterpoten te gaan staan om zo de omgeving goed in zich op te nemen. Een lage bak is dus ongeschikt. Het verblijf moet altijd uit de zon op een goed geventileerde, maar tochtvrije plaats staan, Ratten zijn heel geïnteresseertd in alles wat er om hen heen gebeurt. Zet ze niet op een heel drukke plek, maar wel op een plaats waar ze hun omgeving kunnen volgen. Een rat houdt van klimmen en klauteren. Kies daarom het liefst voor een groot verblijf met horizontale spijlen en verschillende verdiepingen. Er zijn speciale draadkooien voor ratten verkrijgbaar, maar verblijven voor chinchilla´s en fretten of kamervoilieres voor volgels kunnen ook heel geschikt zijn. Let wel goed op dat het verblijf geen ontsnappingsmogelijkheden biedt. Waar een rat met zijn kop door past, kan hij ook met zijn lijf doorheen. De materialen waarvan het verblijf gemaakt is, moeten knaagproof zijn. Ratten die eenmaal de smaak van het knagen te pakken hebben, komen zelfs door hard kunstof heen.

Voedsel

Ratten zijn net als mensen omnivoren (alleseters). Dit betekent echter niet dat ze alles mogen eten of zomaar alles eten.
Wilde ratten zijn erg voorzichting met nieuw voedsel. Ze maken gebruik van zogeheten voorproevers, die onbekend eten voorzichtig uitproberen. De andere ratten zullen het voer onaangeroerd laten als zo´n voorproever eraan sterft. Als alleseters eten tamme ratten naast plantaardig voedsel zoals granen ook dierlijk voedsel, zoals vlees. Dat ratten van het eten van vlees vals zouden worden, is een fabeltje.

Rattenvoer moet:

  • compleet zijn en alle voedingsstoffen bevatten die een rat nodig heeft. Let op de aanwezigheid van de woorden `compleet´ of ´volledig´ op de verpakking.
  • dierlijke eiwitten bevatten. Als er geen dierlijk eiwit in het voer zit, kun je ter aanvulling wat hondenbrokken geven.bevatten wat je rat nodig heeft. Let dus goed op de samenstelling.

Rattenvoer is er in twee varianten:   gemengd voer waarbij de verschillende ingrediënten zichtbaar zijn of in brokvorm waarbij alle voedingsstoffen tot één brok zijn samengeperst.
Nadeel van gemengd voer is dat de rat er de lekkerste hapjes uit kan vissen en laat staan wat hij niet lekker vindt
.
Voordeel van brokken is dat je geen problemen hebt met kieskeurigheid. Bovendien weet je zeker, en dat kan van belang zijn als er een paar dominanten ratten in de groep zitten, dat alle dieren hetzelfde binnen krijgen.

Bijvoer

Geschikte groente- en fruitsoorten zijn o.a. andijvie, broccoli, komkommer, wortel, paprika, appel, peer, aardbei en banaan.
Let op met *natte* fruitsoorten, als de rat hier te veel van krijgt, kan hij al snel diarree krijgen.
Je kan het menu van je ratten verder aanvullen met stukjes vlees en vis (bv stukjes gekookte kip of kabeljauw of een kippenbotje of een blikje kant-en-klaar hondenvoer), yoghurt of kwark of een beetje kattenmelk, kleine stukjes jonge kaas, broodkorsten, rijst, pasta (zowel gekookt als ongekookt), gekookt ei, cornflakes, muesli, noten, vogelzaadjes (eventueel gekiemd), trosgierst en crackers.
Geef kleine hoeveelheden en haal resten tijdig weg om bederf te voorkomen.

Taboe voor ratten

Alles wat te zout, zoet, zuur, vet, scherp of gekruid is. Geef je rat geen snoep of chips. Ook rauwe bonen, rauwe aardappelen, uien, groene delen van wortel en tomaat, schimmelkazen en zwaar op de maag liggende koolsoorten. Dit geldt ook voor koolzuurhoudende dranken, ratten kunnen namelijk niet boeren. Ratten mogen wel sojamelk, kattenmelk of yoghurt.

Voortplanting

Een vrouwtje moet voor het krijgen van een nest minimaal vier en het liefst vijf of zes maanden oud zijn. Voor een eerste nest mag ze niet ouder zijn dan acht tot tien maanden. Boven deze leeftijd is het bekken vastgegroeid en niet meer zo soepel, waardoor je ernstige problemen
bij de bevalling kunt krijgen.
Een mannetje kan vanaf het moment dat hij geslachtsrijp is eigenlijk een leven lang dekken.

Hanteren

Neem na de eerste week de rittens (baby´s) in de hand, dat zij daaraan kunnen wennen. Na het openen van de oogjes is het heel belangrijk om de rittens dan zoveel mogelijk in de handen te hebben om ze tam te maken. Hoe mee aandacht en in de handen hoe tammer ze worden.

Paspoort van de tamme rat

  • Wetenschappelijke naam : Rattus norvegicus (domesticus)
  • Geslachtsrijp : vanaf 5 - 6 weken
  • Vruchtbaar : eenmaal in de 4 - 5 dagen
  • Draagtijd : 21 - 24 dagen
  • Aantal jongen : 2 - 20, meestal 8 - 12
  • Geboortegewicht    : gemiddeld 5 gram
  • Leeftijd : 1,5 tot 4 jaar, meestal 2 tot 3 jaar
  • Gewicht : 200 - 600 gram
  • Lengte : lichaam 22 - 26 centimeter, staart 18 - 22 centimeter.



Niets uit deze tekst mag worden gebruikt zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever